Hoe transitievergoeding berekenen formule en voorbeelden

De transitievergoeding bedraagt 1/3 van het bruto maandsalaris per volledig dienstjaar, gerekend vanaf de eerste werkdag. Voor resterende maanden en dagen geldt een evenredige, pro-rata berekening, ook wanneer het dienstverband korter dan een jaar duurde.

Een werknemer krijgt vaak pas bij het einde van het dienstverband zicht op de vraag: welk bedrag hoort bij de beëindiging? Een tijdelijk contract wordt niet verlengd, een werkgever start een ontslagprocedure of partijen leggen afspraken vast in een overeenkomst. Dan is het belangrijk om eerst vast te stellen of er recht op een transitievergoeding bestaat en daarna de berekening controleerbaar uit te voeren.

De kern bestaat uit twee gegevens: het bruto maandsalaris en de volledige duur van het dienstverband. De officiële uitleg van de Rijksoverheid vormt daarbij het uitgangspunt. De berekening draait dus niet alleen om afgeronde dienstjaren. Ook een resterende periode en een korte arbeidsovereenkomst kunnen meetellen.

Inhoudsopgave

Wat de transitievergoeding is en wanneer je er recht op hebt

Een werknemer ontvangt een transitievergoeding als financiële compensatie bij bepaalde vormen van beëindiging van het dienstverband. De vergoeding kan helpen bij de overgang naar ander werk, maar werkt juridisch vooral als een wettelijke aanspraak wanneer aan de voorwaarden is voldaan. De reden van beëindiging bepaalt eerst of er recht bestaat. Pas daarna komt de vraag aan bod hoe transitievergoeding berekenen in de concrete situatie werkt.

Neem een werknemer met een vast contract waarvan de werkgever afscheid wil nemen. Bij beëindiging op initiatief van de werkgever kan een transitievergoeding aan de orde zijn. Ook wanneer een tijdelijk contract eindigt doordat de werkgever niet verlengt, kan de werknemer recht hebben op betaling. Hetzelfde geldt in bepaalde situaties waarin de werknemer zelf vertrekt omdat de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

Wanneer de vergoeding meestal in beeld komt

De vorm van het einde van het dienstverband is belangrijker dan de functietitel of de omvang van het team. Een werknemer doet er daarom goed aan de volgende situaties naast elkaar te leggen:

  • Ontslag door de werkgever: Bij een beëindiging op initiatief van de werkgever moet worden nagegaan of de wettelijke voorwaarden zijn vervuld.
  • Niet-verlenging van een tijdelijk contract: Het einde van een tijdelijk contract sluit een vergoeding niet automatisch uit.
  • Beëindiging met wederzijds goedvinden: Bij een vaststellingsovereenkomst worden de financiële afspraken schriftelijk vastgelegd. De vergoeding kan daarin worden afgesproken, maar de tekst van de overeenkomst bepaalt wat partijen precies overeenkomen.
  • Eigen ontslag: Wie zelf opzegt zonder bijzondere aanleiding, heeft meestal geen aanspraak op een transitievergoeding. Een uitzondering kan ontstaan wanneer de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

Een ontslag op staande voet wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer kan het recht op de vergoeding beïnvloeden. Ook het bereiken van de AOW-leeftijd is een belangrijke uitzondering. De precieze feiten, de ontslaggrond en de documenten moeten daarom samen worden beoordeeld.

Praktische regel: Eerst het recht vaststellen, daarna pas rekenen. Een fout in die volgorde kan leiden tot een nauwkeurig berekend bedrag waarop toch geen aanspraak bestaat.

De berekening zelf is in beginsel uniform. Een werkgever kan niet zomaar een andere formule toepassen omdat het ontslag via een andere route loopt. Toch kunnen afspraken in een vaststellingsovereenkomst, een ernstig verwijtbare situatie of een onderbreking tussen contracten de uitkomst veranderen.

Werknemers die niet weten waar ze met een vraag over ontslag moeten beginnen, kunnen naast juridisch advies ook praktische contactinformatie zoeken, zoals het arbeidsinspectie telefoonnummer. Voor de beoordeling van een individuele aanspraak blijven de arbeidsovereenkomst, loonstroken en beëindigingsdocumenten doorslaggevend.

Hoe de officiële formule voor transitievergoeding werkt

De Nederlandse berekening steunt op twee vaste gegevens, het bruto maandsalaris en de duur van het dienstverband. De officiële rekenregel is 1/3 bruto maandsalaris per volledig dienstjaar vanaf de eerste werkdag, aangevuld met een evenredig deel voor de resterende periode van de arbeidsovereenkomst. Die methode staat op de informatiepagina van de Rijksoverheid over de hoogte van de transitievergoeding.

Een stappenplan dat uitlegt hoe je de officiële transitievergoeding berekent met vijf duidelijke stappen.

Stap 1 bepaal het bruto maandsalaris

De berekening begint niet met het nettoloon op de bankrekening. Het uitgangspunt is het bruto maandsalaris, waarbij vaste loonbestanddelen moeten worden meegenomen voor zover die onderdeel zijn van het loon waarop de vergoeding wordt gebaseerd. Denk bij het verzamelen van gegevens aan het vaste loon, vakantiegeld en vaste toeslagen. De loonstrook en arbeidsovereenkomst geven meestal de eerste aanwijzingen.

Bij wisselende uren of een variabel loon is extra controle nodig. Dan kan het actuele bedrag niet zonder meer de juiste basis vormen. De werkgever moet de looncomponenten op een consistente manier vaststellen, zodat de berekening aansluit bij de wettelijke grondslag.

Stap 2 leg de eerste werkdag vast

De diensttijd loopt vanaf de eerste werkdag. Niet alleen de datum waarop het laatste contract begon is relevant. Bij opeenvolgende contracten bij dezelfde werkgever kan de volledige relevante periode moeten worden bekeken, vooral wanneer contracten elkaar direct opvolgen of wanneer een eerdere periode volgens de toepasselijke regels meetelt.

De einddatum moet eveneens precies worden vastgelegd. Een maand afronden in het voordeel of nadeel van een partij kan de uitkomst vertekenen. De pro-rata aanpak is juist bedoeld om resterende delen van de arbeidsovereenkomst nauwkeurig mee te nemen.

Stap 3 splits volledige jaren en de restperiode

Per volledig dienstjaar wordt 1/3 bruto maandsalaris berekend. De resterende maanden en dagen krijgen geen willekeurige afronding, maar worden evenredig verwerkt. Dat geldt ook voor een dienstverband dat korter dan een jaar heeft geduurd.

De praktische structuur is eenvoudig:

  1. Bereken 1/3 van het bruto maandsalaris.
  2. Vermenigvuldig dat bedrag met het aantal volledige dienstjaren.
  3. Bereken vervolgens het evenredige deel over de resterende periode.
  4. Tel beide bedragen op.
  5. Controleer daarna het wettelijke maximum en de loonadministratie.

Voor een werknemer met drie volledige dienstjaren en een gedeeltelijk vierde jaar bestaat de vergoeding dus uit drie maal 1/3 maandsalaris, plus het pro-rata deel van het vierde jaar. Dagen verdwijnen niet automatisch uit de berekening. Juist bij een korte resterende periode is de exacte einddatum daarom relevant.

Ter ondersteuning kan de werkwijze ook worden bekeken in de onderstaande video.

Rekenvoorbeelden voor verschillende dienstverbanden en deeltijd

Concrete voorbeelden maken zichtbaar waar de meeste fouten ontstaan. De bedragen hieronder zijn rekenvoorbeelden op basis van de officiële formule. Ze laten zien hoe het bruto maandsalaris en de diensttijd samen de uitkomst bepalen. De bedragen zijn bruto en dienen als model voor de eigen controle.

Kort dienstverband onder een jaar

Een werknemer heeft een bruto maandsalaris van €3.000 en werkte 6 maanden. Eerst bedraagt 1/3 van het maandsalaris €1.000. Omdat er geen volledig dienstjaar is, wordt alleen het evenredige deel over de resterende periode berekend.

Bij een half jaar komt dat uit op de helft van €1.000, dus €500 bruto. Het voorbeeld laat zien waarom de gedachte “korter dan een jaar betekent geen vergoeding” niet aansluit bij de pro-rata rekenregel.

Enkele volledige jaren met resterende maanden

Een werknemer verdient €3.600 bruto per maand en werkte 3 volledige jaren en 4 maanden. Een derde van het maandsalaris is €1.200. Voor de volledige jaren ontstaat dan een basisbedrag van €3.600.

De resterende vier maanden vormen een evenredig deel van een dienstjaar. Dat deel bedraagt 4/12 van €1.200, oftewel €400. De totale berekende vergoeding komt daarmee op €4.000 bruto.

Deeltijd met een vast rooster

Een werknemer werkt structureel in deeltijd en ontvangt daarvoor €2.400 bruto per maand. Het salarisbedrag is het uitgangspunt, niet het voltijdssalaris dat in dezelfde functie mogelijk wordt verdiend. Bij 2 volledige dienstjaren bedraagt 1/3 van het maandsalaris €800 en komt de berekende vergoeding uit op €1.600 bruto.

Een wijziging in arbeidsduur moet afzonderlijk worden bekeken. Het loon dat hoort bij de relevante periode en de manier waarop de werkgever het loon voor de berekening heeft vastgesteld, moeten aansluiten bij de loonstroken.

Wisselende uren en tijdelijke contracten

Bij een werknemer met wisselende uren is het niet verstandig om één toevallige loonstrook als volledige basis te nemen. De werkgever moet eerst bepalen welk bruto loon volgens de loonadministratie en de toepasselijke loonbestanddelen als uitgangspunt geldt. Daarna wordt dezelfde formule gebruikt.

Bij een keten van tijdelijke contracten is vooral de tijdlijn belangrijk. Zet iedere overeenkomst met begin- en einddatum onder elkaar en noteer eventuele onderbrekingen. Een werknemer die bij dezelfde werkgever meerdere tijdelijke contracten had, kan de periodes niet zonder controle los van elkaar behandelen. De juridische betekenis van een onderbreking bepaalt of eerdere diensttijd meetelt.

Situatie Diensttijd Bruto maandsalaris Berekende vergoeding
Kort tijdelijk contract 6 maanden €3.000 €500 bruto
Vast dienstverband met restperiode 3 jaar en 4 maanden €3.600 €4.000 bruto
Deeltijdcontract 2 jaar €2.400 €1.600 bruto
Wisselende uren Afhankelijk van de tijdlijn Vast te stellen op basis van loonadministratie Controle na vaststelling loonbasis

Bij tijdelijke contracten bepaalt niet alleen het laatste contract de uitkomst. De volledige contractgeschiedenis verdient controle voordat de diensttijd wordt ingevoerd.

Veelvoorkomende uitzonderingen en wanneer je geen vergoeding krijgt

Een rekenblad kan een bedrag tonen zonder dat daarmee het juridische recht vaststaat. De belangrijkste controle vindt daarom plaats bij de beëindigingsreden en de afspraken tussen werkgever en werknemer. Vooral bij ontslag op staande voet, pensionering en een vaststellingsovereenkomst kunnen de gevolgen anders zijn dan bij regulier ontslag door de werkgever.

Situaties naast elkaar gelegd

Situatie Waar moet de werknemer op letten?
Ontslag op initiatief van de werkgever Controleer de ontslaggrond en de schriftelijke bevestiging.
Niet-verlenging tijdelijk contract Kijk of de werkgever het contract daadwerkelijk laat eindigen en welke afspraken zijn gemaakt.
Ernstig verwijtbaar handelen van de werknemer Een dergelijke situatie kan het recht op de vergoeding uitsluiten.
Beëindiging rond de AOW-leeftijd Het bereiken van de AOW-leeftijd kan een wettelijke uitzondering vormen.
Vaststellingsovereenkomst Lees de afgesproken vergoeding, einddatum en finale kwijting zorgvuldig.
Onderbroken dienstverbanden Breng alle contracten en tussenliggende periodes in kaart voordat diensttijd wordt opgeteld.

Een werknemer die zelf ontslag neemt, krijgt niet automatisch een transitievergoeding. Dat kan anders liggen wanneer de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld. Die uitzondering vraagt om bewijs, bijvoorbeeld correspondentie, klachten, waarschuwingen of andere documenten die de aanleiding voor het vertrek verduidelijken.

Onderbrekingen vragen om een tijdlijn

Een tijdelijke overeenkomst gevolgd door een pauze en daarna een nieuw contract lijkt op het eerste gezicht één lange arbeidsrelatie, maar dat hoeft juridisch niet altijd zo te zijn. De betekenis van de onderbreking hangt af van de omstandigheden en de toepasselijke regels. Een simpele optelsom van alle maanden kan daardoor te hoog of te laag uitvallen.

Bij een vaststellingsovereenkomst moeten partijen bovendien onderscheid maken tussen het wettelijke recht en een aanvullend onderhandelingsresultaat. De overeenkomst kan afspraken bevatten over de hoogte van de vergoeding, de einddatum, vrijstelling van werk en openstaande vakantiedagen. Een werknemer doet er goed aan niet alleen naar één bedrag te kijken.

Een overzicht van veelvoorkomende uitsluitingen en situaties waarin je geen vergoeding krijgt voor je verzekering.

Wie in een uitzend- of arbeidsrelatie zit en niet weet welke partij juridisch als werkgever geldt, kan baat hebben bij persoonlijke begeleiding bij 1808 voor een eerste praktische oriëntatie. Voor een definitieve beoordeling blijven de contracten, loonstroken en ontslagstukken noodzakelijk.

Fiscale en administratieve aandachtspunten bij uitbetaling

Het bedrag uit de berekening is een brutobedrag. Het bedrag dat uiteindelijk op de bankrekening verschijnt, kan lager zijn door loonheffing en andere administratieve verwerking. Daarom moet de werknemer de berekening niet alleen vergelijken met de eindafrekening, maar ook met de loonstrook waarop de betaling staat.

Controleer de eindafrekening stap voor stap

De werkgever verwerkt de transitievergoeding doorgaans samen met de eindafrekening of via een afzonderlijke loonstrook. Controleer of het vermelde brutobedrag overeenkomt met de eigen berekening en of de einddatum van het dienstverband juist is verwerkt. Kijk daarnaast of vakantiegeld, openstaande vakantiedagen en ander loon duidelijk apart zijn vermeld.

Een praktische controlemethode bestaat uit het bewaren van drie documenten:

  • De arbeidsovereenkomst: Gebruik deze om functie, salarisafspraken en contractdata te controleren.
  • De loonstroken: Vergelijk het bruto loon en vaste loonbestanddelen met de gebruikte berekeningsbasis.
  • De eindafrekening en jaaropgave: Controleer de uitbetaling en de fiscale verwerking in de loonadministratie.

Een werkgever kan bedragen in de eindafrekening op verschillende regels plaatsen. Een werknemer moet daarom niet alleen het totaalbedrag bekijken. De omschrijving, het brutobedrag en eventuele inhoudingen geven samen een beter beeld van wat er is betaald.

Het wettelijke maximum in 2026

Voor 2026 is de maximale transitievergoeding vastgesteld op €102.000 bruto. Als het bruto jaarsalaris hoger is dan dit bedrag, geldt één bruto jaarsalaris als maximum in plaats van het vaste maximumbedrag. Deze grens is relevant bij hogere salarissen of lange dienstverbanden en moet daarom na de gewone berekening worden gecontroleerd. De actuele grens staat toegelicht in de informatie over de maximale transitievergoeding in 2026.

Controlepunt: Een brutoberekening is pas compleet wanneer ook inhoudingen, loonstrook, eindafrekening en het toepasselijke maximum zijn bekeken.

Bewaar de berekening samen met de vaststellingsovereenkomst en de loonstroken. Wie ook andere administratieve gegevens zorgvuldig bijhoudt, kan bijvoorbeeld de uitleg over ritadministratie correct bijhouden gebruiken als voorbeeld van een ordelijke documentatiepraktijk. De aard van de administratie verschilt, maar het principe blijft gelijk: bewaar de brongegevens waarop een controle is gebaseerd.

Zelf aan de slag met checklist en voorbeeldberekening

Een eigen berekening begint met een dossier, niet met een losse formule. Verzamel de documenten en schrijf de eerste werkdag, einddatum en relevante looncomponenten op één blad. Daarna kan de werknemer de uitkomst stap voor stap narekenen en naast de eindafrekening leggen.

Een persoon vult een checklist in op een houten bureau naast een rekenmachine en koffie.

Checklist voor de eigen berekening

  • Verzamel de documenten: Bewaar arbeidsovereenkomsten, loonstroken, de ontslagbrief en een eventuele vaststellingsovereenkomst.
  • Noteer de eerste werkdag: Gebruik de datum waarop het dienstverband daadwerkelijk begon.
  • Bepaal het bruto maandsalaris: Controleer vast loon, vakantiegeld en vaste toeslagen.
  • Maak een volledige tijdlijn: Noteer opeenvolgende contracten en eventuele onderbrekingen.
  • Bereken volledige dienstjaren: Gebruik per volledig jaar 1/3 van het bruto maandsalaris.
  • Bereken de restperiode: Verwerk resterende maanden en dagen naar rato.
  • Controleer uitzonderingen: Kijk naar eigen ontslag, ernstig verwijtbaar handelen, AOW-leeftijd en afspraken in een beëindigingsovereenkomst.
  • Vergelijk met de eindafrekening: Controleer het brutobedrag, de loonstrook en de fiscale inhoudingen.

Een ingevuld model maakt de werkwijze tastbaar. Bij een bruto maandsalaris van €3.600, een diensttijd van drie volledige jaren en vier resterende maanden bedraagt 1/3 van het maandsalaris €1.200. De volledige jaren leveren €3.600 op, de vier resterende maanden €400, zodat de berekende vergoeding €4.000 bruto bedraagt.

Veelgemaakte fouten zijn het rekenen met nettoloon, het negeren van vaste toeslagen, het afronden van een resterende periode en het uitsluitend bekijken van het laatste tijdelijke contract. Bij twijfel over een vaststellingsovereenkomst kan de werknemer de tekst laten controleren door een juridisch specialist voordat een handtekening wordt gezet.


Legal1 biedt particulieren een kosteloze eerste beoordeling per e-mail en helpt bij arbeidsrechtelijke vragen, waaronder de controle van een transitievergoeding of vaststellingsovereenkomst. Bezoek Legal1 met de relevante documenten bij de hand voor praktisch inzicht in de berekening en de volgende stap.