Uitspraak van de Rechtbank Rotterdam, 14 maart 2022
Achtergrond
Een werknemer werd ziek en viel langdurig uit. Na enkele maanden liet de werkgever weten dat zijn functie kwam te vervallen “vanwege kostenbesparing”. De werknemer vertrouwde het niet en liet het onderzoeken.
Er bleek geen enkele structurele bezuiniging, en de werkgever had zelfs nieuwe mensen aangenomen voor vergelijkbaar werk.
Uitspraak
De rechter oordeelde dat:
- De werkgever had in strijd met het opzegverbod bij ziekte gehandeld (artikel 7:670 BW),
- Het ontslag was nietig, en de werknemer had recht op achterstallig loon,
- Er was sprake van ernstig verwijtbaar handelen door de werkgever.
De werknemer kreeg zijn baan terug + loon met terugwerkende kracht, en een billijke vergoeding bovenop.
Belang van deze zaak
- Tijdens ziekte mag een werknemer niet ontslagen worden, behalve in specifieke uitzonderingen (bv. bij bedrijfsbeëindiging, met toestemming van het UWV).
- Werkgevers die dat toch proberen, riskeren hoge kosten én reputatieschade.
- Rechters kijken scherp naar misbruik van ziekte als “excuus” voor ontslag.

