(rechtbank Den Haag, 2019)
Achtergrond
Een vrouw had een schoonmaakbedrijf ingehuurd om haar kantoor schoon te maken. Na enige tijd merkte ze dat de schoonmaakster regelmatig persoonlijke spullen van haar collega’s schoonmaakte en soms zelfs verplaatste, zonder dat daar toestemming voor was gegeven.
Daarnaast bleek dat de schoonmaakster ook schoonmaakte op momenten dat er vertrouwelijke documenten lagen, zonder de kantoorbewoners hiervan op de hoogte te stellen. Sommige documenten raakten beschadigd.
De vrouw stapte naar de rechter omdat ze vond dat het schoonmaakbedrijf aansprakelijk moest worden gesteld voor de onzorgvuldige en ongevraagde handelingen van de schoonmaakster.
Juridische discussie
- Het schoonmaakbedrijf stelde dat zij slechts een professionele dienst leverde en niet verantwoordelijk was voor het gedrag van individuele medewerkers.
- De vrouw betoogde dat het bedrijf tekort was geschoten in haar zorgplicht en toezicht op de schoonmaakster.
- De rechter moest beoordelen of het schoonmaakbedrijf aansprakelijk was voor schade veroorzaakt door een medewerker in de uitvoering van het contract.
Uitspraak
- De rechter oordeelde dat het schoonmaakbedrijf een zorgplicht heeft ten opzichte van haar klanten, ook voor de gedragingen van haar medewerkers.
- Het schoonmaakbedrijf had onvoldoende toezicht gehouden en onvoldoende instructies gegeven over de omgang met persoonlijke eigendommen en vertrouwelijke documenten.
- Het bedrijf werd aansprakelijk gesteld en moest een schadevergoeding betalen voor de beschadigde documenten en de ontstane overlast.
Impact
- De zaak benadrukt dat dienstverleners verantwoordelijk zijn voor het gedrag van hun medewerkers bij het uitvoeren van werkzaamheden.
- Het toont aan hoe belangrijk het is om duidelijke afspraken en toezicht te hebben bij het uitbesteden van werkzaamheden, vooral in vertrouwelijke omgevingen.
- Het zette een voorbeeld voor andere schoonmaakbedrijven om hun beleid en toezicht aan te scherpen.

